>

Verenigingsorgaan BOSS “Strijdend Nederland”

Redactieadres:
Redactie SN Veluwshof 11
3852 JL Ermelo
0341844074
sn@stoottroepers.nl

Van de voorzitter September 2021

COVID-19 en de dagelijkse gang van zaken

Het kabinet heeft besloten tot versoepeling van een aantal COVID-19 maatregelen. Hoewel de situatie nog steeds wat schimmig en onvoorspelbaar lijkt, heeft het wel mogelijk gemaakt dat een aantal bijeenkomsten weer ‘normaal’ gevolgd kunnen worden. Ik noem hierbij de vergadering van de Stichting Herdenking Gesneuvelde Stoottroepers op 16 juni, de vergaderingen van het organisatiecomité 75 Jaar BOSS en de 47ste Regimentsraad op 16 juli, waarbij ik verrast werd met de Regimentslegpenning. Ook de stok-overdacht van de bataljons- en Regimentsadjudant op 22 juli en de commando-overdracht van 13 Infbat AASLT RSPB op 23 juli konden doorgaan, hoewel daarbij nog wel beperkingen golden. Namens de BOSS mocht ik aan de vertrekkende commandant, luitenant-kolonel Pieter Grijpstra, de gouden Stotersspeld uitreiken als dank voor zijn inzet voor het bataljon en het regiment. We wensen de nieuwe commandant, luitenant-kolonel Laurens van Leussen, heel veel succes in deze eervolle en mooie functie.
Wateroverlast
Het is vakantietijd, maar terwijl ik deze column schrijf, komt de regen met bakken uit de hemel. Dat is niet voor het eerst dit jaar. We hebben allemaal nog wel de beelden van de wateroverlast in Limburg, België en Duitsland op het netvlies staan. Ook nu heeft Defensie de handen uit de mouwen gestoken om steun te leveren aan de civiele autoriteiten, om grotere problemen te voorkomen. Naast de ondersteuning bij COVID-19 heeft defensie hiermee opnieuw prima invulling gegeven aan de derde hoofdtaak.
Algemene Ledenvergadering
Hoewel de situatie omtrent COVID-19 nog steeds wisselt, lijkt het op dit moment verantwoord om een nieuwe datum voor de ALV vast te stellen. Onder het gebruikelijke voorbehoud dat de coronamaatregelen dat toe moeten laten, is de nieuwe datum vastgesteld op 21 oktober a.s. Tijdens die ALV zullen ook de wijzigingen van de statuten behandeld worden, met daarin verwerkt de nieuwe Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen, die per 1 juli van kracht is geworden.
Viering 75-jarig bestaan BOSS op 7 oktober
Het lijkt erop dat de viering van het 75-jarig bestaan op 7 oktober volgens planning door zal kunnen gaan. Afgewacht moet worden hoe de verspreiding van het coronavirus zich ontwikkelt en welke maatregelen het kabinet nog zal nemen of versoepelen. De aanmeldingen stromen binnen. Nog niet aangemeld? Ga naar www.Stoottroepers.nl  of  www.75jaarBOSS.nl

Chora
In 2007 werd in Afghanistan het stadje CHORA door de Charliecompagnie van 13 Infanteriebataljon met succes verdedigd tegen een aanval van de Taliban. Het betekende een kentering in de missie. Namens vier nabestaanden heeft mevrouw Zegveld de staat aangeklaagd wegens de geleden schade en beschuldigd van overtreding van het oorlogsrecht. De rechtszaak is inmiddels gestart. Meer hierover vindt u elders.
Ad Wagemakers
Voorzitter BOSS

De slag om Chora en mevrouw Zegveld
Het begint er zo langzamerhand op te lijken, dat mevr. Zegveld een verdienmodel gemaakt heeft van het aanklagen van de staat voor de gevolgen van de inzet van militairen. Dit alles vanuit de comfortabele positie van oordelen achteraf. Daarbij maakt het kennelijk niet uit of defensie in haar ogen wèl -zoals in 2007 in Chora- of nìet -zoals in 1995 in Srebrenica- gehandeld heeft. Zij vindt het altijd verkeerd. Het roept bij mij in ieder geval de vraag op wat zij gedaan zou hebben, als de Nederlandse militairen, Stoters uit Assen, in Chora nìet de strijd zouden zijn aangegaan en er juist daardoor slachtoffers onder de burgerbevolking zouden zijn gevallen. Dat is namelijk het dilemma waar het hier om gaat, met de bijbehorende afwegingen die vooraf moeten worden gemaakt.

De discussie over de slag om Chora loopt al sinds 2008. In het gebied werd al enkele weken gevochten en kreeg de Taliban er steeds meer grip. Door de plaatselijke autoriteiten werd er niet of nauwelijks tegen opgetreden. Toen in juni 2007 enkele honderden Talibanstrijders het in de Baluchivallei gelegen Chora bedreigden, stond de toenmalige commandant TFU, kolonel van Griensven, voor de keuze: blijven of weggaan. Weggaan zou betekenen dat de plaatselijke bevolking achtergelaten zou worden in een omgeving die voor hen steeds bedreigender zou worden. Daarbij kon er gevoeglijk van worden uitgegaan dat de Taliban wraak zou nemen op de plaatselijke bevolking, omdat zij met de Nederlanders hadden samengewerkt. Het zou ook de geloofwaardigheid van de missie aantasten. Blijven betekende het gevecht aangaan. Omdat de plaatselijke bevolking hierbij ook risico zou lopen, werd zij gewaarschuwd het gebied te verlaten. Een groot deel heeft dat ook gedaan. Ondanks dat de politiek de missie aangeduid heeft als een opbouwmissie, moest er in dit geval toch gevochten worden.

Over de gevechtsacties bij Chora zijn in de loop der jaren meerdere onderzoeksrapporten verschenen. Over het algemeen is geconcludeerd dat de Nederlandse militairen nauwelijks iets te verwijten valt en dat de schuld van de gevechten ligt bij de Taliban. Het feit dat Chora nìet in handen van de Taliban viel, betekende een kentering in de TFU-missie. De lokale bevolking zag dat de Nederlanders bereid waren te vechten en risico’s te lopen – sergeant-majoor Jos Leunissen sneuvelde in Chora – om het gebied onder controle te krijgen en kreeg daardoor meer vertrouwen in de Nederlanders.
Tijdens de slag om Chora vielen naar schatting 250 doden waaronder ongeveer 65 burgerslachtoffers en zijn er huizen zwaar beschadigd. Initieël is door Nederland 6 miljoen Afghani als schadevergoeding betaald en later nog eens een kwart miljoen dollar. Desondanks heeft mevrouw Zegveld namens vier nabestaanden de staat – opnieuw – aansprakelijk gesteld voor geleden schade. Indien de claim wordt toegewezen, wordt het dus de derde keer dat Nederland de portemonnee gaat trekken.

Daarnaast beschuldigt zij de Nederlanders van het schenden van het oorlogsrecht. Tijdens het gevecht is, naast handvuurwapens, gebruik gemaakt van zwaardere middelen zoals de pantserhouwitser en gevechtsvliegtuigen. De claim t.a.v. 3 inzetten van de pantserhouwitser is verjaard verklaard, die van de inzet van de gevechtsvliegtuigen loopt nog. In de aanloop naar het proces heeft mevrouw Zegveld een aantal uitlatingen gedaan. Aanleiding voor de rechter om haar te waarschuwen om in de aanloop naar en tijdens het proces géén onwaarheden te verkondigen. Daarnaast heeft zij tijdens de eerste zittingsdag de vraag gekregen om o.a. aan te tonen wie de nabestaanden zijn en wat er is gebeurd met de eerdere betalingen. Defensie moet aantonen waarom de betreffende doelen met gevechtsvliegtuigen zijn bestreden.

De beschuldiging van het schenden van oorlogsrecht is een hele zware, die niet lichtvaardig gedaan mag worden. Dergelijke beschuldigingen hebben persoonlijke gevolgen voor betrokken militairen, zeker als die voor de rechter worden gebracht. Maar ook op de langere termijn kan dit kwalijke gevolgen hebben voor politieke besluitvorming t.a.v. van nieuwe missies. Als steeds het risico bestaat op allerlei, al of niet gefundeerde claims, zal dat mee gaan wegen in het al dan niet inzetten van militairen.
Bij de inzet van de Krijgsmacht zullen dit soort dilemma’s er altijd zijn. Het probleem is dat militairen deze vóóraf moeten afwegen en dat is een stuk lastiger dan achteraf en dat is precies het verschil in beroepsethiek tussen juristen en militairen. Misschien moet mevr. Zegveld haar diensten maar eens aanbieden aan defensie om bij missies op te treden als Legal Advisor. Benieuwd of er dan andere keuzes gemaakt gaan worden ….
AW


Verenigingsorgaan BOSS “Strijdend Nederland”

Uit de Statuten van de BOSS:

De vereniging tracht haar doel al van niet in samenwerking met andere rechtspersonen te bereiken deur:

  1. de 100% van het verenigingsorgaan “Strijdend Nederland” aan alle … leden, donateurs en andere personen en instanties, voor zover dit naar de mening van het Hoofdbestuur dienstig;

Contributie,
abonnementen en artikelen
Leden en donateurs betalen € 23,- contributie aan de BOSS. Leden en donateurs van Nederland gratis. Een apart abonnement voor Strijdend Nederland voor niet-leden is niet mogelijk.
Wel is, op schriftelijk verzoek en na goedkeuring door het dagelijks bestuur van de BOSS, een gesprek van Strijdend Nederland aan externe betrekkingen mogelijk.

De inhoud van de artikelen geeft niet de mening van het hoofdbestuur van de redactie weer. De redactie is/is van te korten, te wijzigen van de weigeren.
De artikelen en foto’s zijn een presentie/bewijs-exemplaar dat aan de redactieadres wordt toegezonden.

2015 SN DEC 2015 omslag tbv website

Oorsprong
Direct na het ontstaan van de Stoottroepen in het najaar van 1944 er aan een eigen behoefte blad. Als naam werd gekozen: ‘Strijdend Nederland’.
Tijdens de oorlog van werden Engeland radio-uitzendingen verzorgd voor de bevolking in Nederland. Elke uitzending begon met de eerste tonen van de vijfde symfonie van Beethoven: tu-tu-tu-tom, het morsesignaal voor de letter V (‘V’ voor Overwinning), de deur: “Hier is Radio Oranje de stam van Strijdend Nederland.”

Wil je de Stoottroepen de strijdende deelvormden van de Binnenlandse Strijdkrachten, laat dan de keuze van de naam ‘Strijdend Nederland’ voor de hand. Op 2 december 1944 was het eerste nummer als ‘Wekelijks Orgaan voor de Stoottroepen Nederlandsche Binnenlandse Strijdkrachten’.

Al spoedig bleek dat het als onderdeelsblad, met zo’n hoge verschijningsfrequentie en door gebrek aan kopij, niet was te handhaven. De BOS nam het blad in augustus 1946 als “Verenigingsorgaan” over.
Het is nog steeds hèt blad voor de oudere en jonge Stoters.

Uit de ‘oude doos’:
de ‘geboorte’ van Strijdend Nederland
Gelukkig bevindt zich in de Historische Collectie Regiment Stoottroepen Prins Bernhard het verslag van een bijeenkomst, waarin Strijdend Nederland aan de orde is geweest.

 “Op 27 november 1944 vindt er een bijeenkomst plaats waaraan Peter Borghouts, Tonny Gerritsen, Jacques Crasborn, Sjef de Groot, Bep van Kooten en W. van de Poll deelnemen. Ook zijn aanwezig ‘Fred’ en ‘Jan’.

Peter Borghouts begint de bijeenkomst met de mededeling dat het de bedoeling is over te gaan tot de uitgave van een contactblad met de naam ‘Strijdend Nederland’. De eerste uitgave moet verschijnen op 2 december 1944. Het blad is bedoeld voor alle troepen van Commando Zuid en waarschijnlijk zal het laten verschijnen van het blad later worden overgenomen door het ‘landelijk commando’. Het doel van de uitgave van een eigen blad is ‘contacten te onderhouden tussen onderdelen van het Commando Zuid en tussen de manschappen van het Commando onderling’. Het zal de geest moeten ademen die kenmerkend is voor de Stoottroepen en de spreekbuis zijn, niet alleen van Commando Zuid, maar ook van de provinciale commandanten en van de mannen van de troepen. Kort gezegd: een algemeen blad, bezield met de Nederlandse geest, dat het handhaven van de eenheid binnen de Stoottroepen voor ogen heeft.

De provinciale commandanten zullen in het blad de gelegenheid krijgen zaken die zij nodig achten onder de aandacht te brengen. Zo worden de afzonderlijke provinciale contactblaadjes overbodig. Het ‘niveau’ van het blad moet er op gericht zijn er een blad voor de troep van te maken. De jongens hebben behoefte aan een opwekkend woord en daarnaast moeten zij in de goede geest worden opgevoed. Inhoudelijk mag het blad, vooral de eerste tijd, niet te ‘zwaar’ zijn.”

Na enige discussie over een algemene landelijke uitgave die alle contactblaadjes moet gaan vervangen (er bestonden alleen al in Brabant en Limburg 25 blaadjes) was men het erover eens dat Strijdend Nederland in de eerste plaats een mededelingenblad moest worden, maar “vooral een blad dat de geest die onder de troepen heerst, levendig houdt”. En het mocht vooral geen Brabants, Limburgs of Zeeuws onderonsje worden.

Om alles in goede banen te leiden werd er een redactiecommissie samengesteld die kon uitmaken hoe de inhoud van Strijdend Nederland er ging uitzien. Het voorstel luidde: twee bladzijden voor ‘algemeen’, één bladzijde voor Brabant en één bladzijde voor Limburg. Geen familieberichten (dat moest gebeuren in particuliere correspondentie). Iemand merkte nog op dat Nederland grotendeels gelovig is en dat het dus ook een blad moest worden waarin het geloof bespreekbaar was. Borghouts reageerde hierop door te stellen dat het gros van Nederland inderdaad gelovig is maar het woord ‘algemeen’ ook duidelijk als ‘algemeen’ is bedoeld. Strijdend Nederland mocht in geen geval een blad worden met een godsdienstige ondertoon. Het was (én is) er voor iedereen. In de redactiecommissie hebben in eerste instantie Commandant Zuid en de provinciale commandanten zitting.

Op elke maandag werd er een bespreking gehouden met de ‘persleiders’ van Brabant, Limburg en Zeeland die dan ook hun kopij meebrachten. Het blad verscheen op vrijdag. Strijdend Nederland was dus in het begin een weekblad.

Aan het eind van de bijeenkomst verstrekte de heer Van de Poll nog wat aanvullende censuurbepalingen en deelde mee dat in de eerste uitgave een artikel van prins Bernhard (met foto) zou verschijnen (zie afbeelding).

‘Jan’ stelde nog voor wekelijks ook een militair overzicht op te nemen omdat de jongens zonder stroom, zonder radio en zonder nieuws zaten. Zo gezegd, zo gedaan.

Op 2 december 1944 valt de eerste uitgave van Strijdend Nederland bij de mannen in ‘de brievenbus’ (dat was dus in veel gevallen de schuttersput).

Strijdend Nederland was geboren!

1ste exemplaar Strijdend Nederland-zw

Afbeelding van de eerste uitgave van Strijdend Nederland op 2 december 1944.