Van de Voorzitter

Eerste poster 70 jaar BOSSVan de voorzitter
Maart 2018

Er is veel aandacht voor gesneuvelde militairen in Nederland. Op vier mei herdenken we alle oorlogsslachtoffers sinds de Tweede Wereldoorlog. Daar horen ook de omgekomen mensen uit het verzet bij. In januari 2018 is het Jaar van het Verzet van start gegaan. Een belangrijk jaar dus voor ons Stoters, waarvan de wortels binnen het verzet liggen. Elders in dit blad vindt u meer over het Jaar van het Verzet. 

Niet alleen op 4 mei, maar het hele jaar door worden ge- sneuvelde militairen herdacht. Op 15 augustus vindt de herdenking plaats van alle gevallenen in Nederlands-Indië en bij de herdenking bij het vredesmonument in Roermond worden alle militairen herdacht die zijn omgekomen bij vredesmissies. Al sinds 1992 heb ik in diverse toespraken tijdens herdenkingen aandacht mogen besteden aan deze militairen en vaak komt dan ook het onbegrip aan de orde dat uitgezonden militairen na hun terugkeer van hun missie ontvingen. Soldaten, dienstplichtigen, vrijwilligers en beroeps, die gingen toen om hun inzet onder moeilijke omstandigheden gevraagd werd en hun plicht vervulden in dienst van vrede en veiligheid. 

Eind jaren veertig zijn er gedurende vier jaar ruim 200.000 Nederlandse militairen ingezet in het voormalige Nederlands-Indië waarvan ruim 6200 sobats achterbleven op de erevelden. Voor hen die terugkeerden, was er in de Nederlandse samenleving echter geen begrip en erkenning te vinden, terwijl hun langdurige inzet on- der uiterst moeilijke omstandigheden plaatsvond en bij velen uiteindelijk een levenslange indruk hebben achtergelaten. Voor dit begrip en deze erkenning hebben deze veteranen een jarenlange strijd moeten voeren, die pas sinds de jaren tachtig zijn vruchten begon af te werpen en o.a. resulteerde in de Nederlandse Veteranendag.
In de jaren zestig zond de Nederlandse Regering op- nieuw militairen uit, ditmaal naar Nieuw-Guinea. Door de wijze waarop de missie werd beëindigd zijn vele militairen met het gevoel blijven zitten de Papoea’s in de steek te hebben gelaten.
Ook de Srebrenica-veteranen kregen te maken met miskenning door de Nederlandse samenleving m.n. gevoed door de media. Op 4 december 2006 kregen zij uiteindelijk erkenning in de vorm van het herinneringsteken en de onthulling van hun monument op de appèlplaats van de Johan Willem Frisokazerne. Naar deze missie is door het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie uitgebreid onderzoek gedaan, vastgelegd in het lijvige rapport: “Srebrenica, een veilig gebied”. Door dit onderzoek zijn de feiten over deze missie voor iedereen beschikbaar, waardoor veel kritiek en beweringen over Dutchbat III weerlegd kunnen worden.
De Indiëveteranen krijgen tot op de dag van vandaag te maken met allerlei beschuldigingen, waarbij alle Indië- veteranen over één kam geschoren worden.
Zo werd in
2016 het boek “de brandende kampongs van Generaal Spoor” van de heer Limpach uitgebracht. Dit boek was aanleiding voor een groepering om het Ministerie van Justitie in een open brief op te roepen 2500 Indië-veteranen te vervolgen voor zware oorlogsmisdaden. Pas sinds kort heeft de Nederlandse Regering besloten tot een onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands- Indië en naar mogelijk structureel en extreem geweld van Nederlandse militairen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Ook het geweld aan Indonesische kant zal worden onderzocht. N.a.v. dit aangekondigde onderzoek, dat inmiddels is begonnen en dat vier jaar zal gaan duren, heeft het bestuur van het Veteranenplat- form een commissie ingesteld, die hen adviseert over hoe de belangen van de Indië-veteranen zo goed mo- gelijk kunnen worden behartigd. De BOSS is daarbij vertegenwoordigd door de heren Roeffen en van Klinken. Zoals te verwachten roept dit onderzoek vele emoties op bij de Indië-veteranen, omdat dit onderzoek als een impliciete beschuldiging aan hun adres wordt beschouwd. Dit bleek o.a. tijdens de vergadering van het Hoofdbestuur van de BOSS, waarin een concept open brief van een van onze leden werd behandeld, met als titel “Indië- veteranen eisen eerherstel”. De vraag was of de brief in Strijdend Nederland moest worden gepubliceerd. Na een discussie waarin de emoties hoog opliepen, is besloten dit niet te doen. Hoofdargument was dat de brief een politiek beladen onderwerp behandelt en publicatie niet bijdraagt aan de behartiging van de belangen van de Indië-veteranen onder de BOSS-leden. Die worden juist behartigd door deelname in de bovengenoemde commissie. Ik begrijp heel goed de emoties die dit onderzoek met zich mee brengt, maar het hoort ook bij het vak van militair om achteraf verantwoording af te leggen voor de genomen besluiten en de uitgevoerde gevechtsacties- en operaties. Dat kan voor de missie in Indië juist door dit onderzoek uit te laten voeren, waardoor ook hier de feiten voor iedereen beschikbaar zijn en ongenuanceerde meningen en oordelen weerlegd kunnen worden.
De berichtgeving en/of informatie over het onderzoek ‘Dekolonisatie, geweld en oorlog Indonesië 1945 – 1950’ is te volgen op: https://www.ind45-50.org/

Voorzitter BOSS
Ad Wagemakers.