>

Van de Voorzitter

Corona
Eigenlijk zou deze column gaan over de uitspraken van DENK-kamerlid Öztürk en de excuses van Koning Willem Alexander aan Indonesië. Zaken die velen van ons raken. Door de uitbraak van het Coronavirus is dat veranderd. Het nieuws en het leven van alledag wordt in Nederland immers sinds medio maart bepaald door de uitbraak van dit virus, ook bekend onder de naam COVID-19.

Mijn column gaat nu dus over de impact van dit virus, maar het oorspronkelijke onderwerp vindt u op de volgende pagina’s in deze Strijdend Nederland.
Hoewel aanvankelijk overal de mogelijke ernst en impact van het Coronavirus onderschat werd, was toch snel duidelijk dat het potentieel dodelijke virus uitgroeide tot een pandemie. Begonnen in China, werd in Europa als eerste Noord-Italië bereikt, waarna het virus zich verder verspreidde. Uiteindelijk trof het virus ook Nederland, met als eerste locatie Tilburg, waarna de provincie Noord-Brabant uitgroeide tot brandhaard. De gevolgen op medisch, sociaal en economisch gebied zijn enorm, maar variëren van persoon tot persoon, van beroepsgroep tot beroepsgroep en van organisatie tot organisatie. Duidelijk was dat een crisis het hoofd moest worden geboden.

In Nederland bestaat een systeem van crisismanagement, waarin de veiligheidsregio’s een belangrijke rol spelen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van een Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP), waarbij de hulpdiensten -politie, brandweer en geneeskundige hulporganisaties (GHOR)- gecoördineerd worden ingezet eventueel aangevuld met militaire middelen.
Deze manier van werken is gebaseerd op een aantal lessons learned van een aantal crises in de afgelopen jaren, zoals de Bijlmerramp, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam, de MKZ-crisis, de Vogelpestuitbraak en de stroomuitval in Haaksbergen en in de Bommelerwaard.
Daarnaast vinden jaarlijks al dan niet grootschalige oefeningen plaats, waarbij rampenscenario’s beoefend worden.

In de Coronacrisis speelden de veiligheidsregio’s in Brabant aanvankelijk de belangrijkste rol, maar al snel bleek dat er landelijk opgeschaald moest worden. Vanaf medio maart nam het kabinet met een kernteam de regie, geadviseerd door deskundigen van o.a. het RIVM.
Op een haast militaire wijze vond commandovoering plaats bestaande uit de elementen besluitvorming, leidinggeven en bevelvoering. In de fase van de besluitvorming is gekozen voor een strategie van een ‘intelligente lock down’, gericht op het afvlakken van de piek van het aantal besmettingen, om op die manier de druk op de gezondheidszorg, met name de IC-capaciteit, te verminderen.
Vervolgens werd leidinggegeven aan het Nederlandse volk door het gedrag bewust op een zodanige wijze te beïnvloeden, dat de doelstellingen ook gehaald konden worden: de zgn. social distancing.

Uiteindelijk moest bevelvoering plaatsvinden: er werden activiteiten gecoördineerd en uitgevoerd om te kunnen reageren op het verloop van de crisis, zoals het uitbreiden van de IC-capaciteit, het herverdelen van IC-patiënten over Nederland en zelfs Duitsland, het organiseren van voorzettingsvermogen in de ziekenhuizen en het beschikbaar krijgen en verdelen van medische hulpmiddelen d.m.v. het oprichten van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH).

Ineens was daar ook de categorie ‘vitale beroepen’; beroepsgroepen die noodzakelijk zijn om de Corona-crisis het hoofd te kunnen bieden. Het betreft niet alleen mensen werkzaam in de zorg, het onderwijs en de voedselvoorziening, maar ook militairen vallen eronder. Defensie beschikt over hoogwaardige capaciteiten en expertise, die in het kader van militaire steun in het openbaar belang ingezet kunnen worden. De bijdrage is divers en breed en is gericht op het zorgen van voortzettingsvermogen om de gevolgen van de COVID-19 voor de samenleving te beperken. Allereerst werd planningscapaciteit ingezet. Zo is het Territoriaal Operatie Centrum (TOC) ingericht. Hier vindt de coördinatie plaats van de inzet van militaire medische capaciteiten. Daarnaast is planningscapaciteit geleverd aan het Landelijk Netwerk Patiëntenspreiding en zijn planners beschikbaar gesteld aan het Ministerie van VWS t.b.v. het LCH.

Om het voortzettingsvermogen van civiele ziekenhuizen te verbeteren zijn artsen en verpleegkundigen geleverd, deels t.b.v. de Spoedeisende Hulp. Een deel van de officieren en onderofficieren is hiervoor tijdelijk van hun mi-litaire opleidingen (KMA en KMS) gehaald. Hierdoor was het mogelijk de IC-capaciteit van diverse ziekenhuizen op te schalen. Ter ondersteuning van de zorg in verpleeghuizen zijn verzorgenden in de geneeskundige zorg (VIG-ers) beschikbaar gesteld.

Ook is extra IC-capaciteit ingericht in het Calamiteitenhospitaal en is beademingsapparatuur geleverd. Quarantainelocaties werden ingericht voor de eerste opvang van uit besmet gebied teruggekeerde Nederlanders in de beginfase van de uitbraak, voor asielzoekers en voor eenheden, die ingezet gaan worden in buitenlandse missies.

Het bevoorradings- en transportschip Zr. Ms. Karel Doorman zal ondertussen aangekomen zijn in het Caraïbisch gebied. Deze inzet vindt plaats op verzoek van de lokale overheden op de eilanden.
Aan boord bevindt zich een hospitaal met medisch personeel. Ook zijn er helikopters en landingsvaartuigen, die kunnen worden ingezet als op de eilanden problemen ontstaan bij voedseltransporten. Voor eventuele bijstand tijdens verstoringen van de openbare orde zijn 48 mariniers aanwezig. Iedereen is eerst in quarantaine geweest om besmetting tijdens de zeereis te voorkomen.
Voorts heeft defensie een aantal voedselbanken bevoorraad en zijn veldbedden geleverd t.b.v. het inrichten van extra kinderopvang voor kinderen van mensen, die een vitaal beroep uitoefenen.
Een mooi initiatief kwam van 150 militaire muzikanten. Zij namen thuis elk afzonderlijk een deel van een mars op. Op die manier ontstond een clip waarmee de hulpdiensten en zorgverleners een hart onder de riem werd gestoken.
Het coronavirus heeft ook gevolgen intern defensie. Defensie dient zelf ook inzetbaar te blijven en heeft zich beperkt tot de kerntaken. Oefeningen zijn geschrapt en bij de opleidingsinstituten vinden alleen nog de kritieke opleidingen plaats. Initiële opleidingen voor soldaten, onderofficieren en officieren zijn tijdelijk stilgelegd of worden deels op een andere wijze uitgevoerd. Keuringen van rekruten zijn tijdelijk gestopt. Er wordt zo veel als mogelijk thuis gewerkt. Dit is ook de gang van zaken bij 13 Infanteriebataljon AASLT RSPB. Het bataljon staat stand-by voor als dat nodig mocht zijn, maar de manschappen zijn thuis, in lijn met de RIVM-maatregelen. Zij volgen op afstand allerlei theorielessen. De staf is twee dagen per week aanwezig. De Regimentscommandant heeft alle kringen een kaart gestuurd om ons in deze lastige tijd een hart onder de riem te steken. Vanaf deze plaats wil ik hem danken voor zijn betrokkenheid.

Het zwaartepunt van de besmettingen ligt echter niet in Assen, maar in Zuid-Nederland. Op dit moment (maart/april, red.) zijn Noord-Brabant, Limburg en delen van Zeeland het zwaarst getroffen. Dat is ook het gebied waar veel van onze Oud-Stoters met hun families leven.
Bovendien maken zij ook vaak deel uit van de risicogroepen.
Alle reden dus om bezorgd te zijn.
Uit de rondgang langs de kringen lijkt het virus, tot het moment dat ik deze column schrijf – op een incidenteel geval na – geen effect te hebben bij de BOSS-leden. Hopelijk blijft dat zo.

Het openbare leven ligt compleet stil en dus ook het verenigingsleven. Vele activiteiten en evenementen die ons raken zijn geschrapt. Kringbijeenkomsten zijn niet doorgegaan en dat geldt ook voor de ALV BOSS. Vooralsnog is deze nu gepland op 27 augustus.

Koningsdag is niet gevierd. De evenementen in het kader van 75 jaar bevrijding zijn niet doorgegaan, zoals de Stoottroepen-wandeling in Beneden-Leeuwen. Onderzocht wordt op welke wijze deze alsnog kan plaatsvinden of dat het wordt doorgeschoven naar 2021.
Wel heeft de BOSS een subsidie verstrekt van €700, om een brochure te kunnen drukken, met daarin een beschrijving van de activiteiten en lotgevallen van de Stoottroepen in Beneden-Leeuwen gedurende de laatste periode van de oorlog t/m de herdenkingen van de gesneuvelde Stoottroepers in Beneden-Leeuwen.

De 4 mei-herdenkingen, inbegrepen de Nationale Herdenking op de Dam, hebben in afgeslankte vorm plaatsgevonden zonder publiek. Het defilé en het bevrijdingsfestival op 5 mei in Wageningen zijn niet doorgegaan net als de herdenkingen bij het Franse monument in Vlissingen en op de Franse begraafplaats in Kapelle, Memorial Day in Margraten en de reünies van 41 RS Nieuw-Guinea en 11 Mortiercompagnie. De Invictus Games zijn verschoven naar 2021. De Nederlandse Veteranendag is geannuleerd.

Op het moment dat ik deze column schrijf (het is dan eind april, red.), lijken de maatregelen die genomen zijn effectief. De piek aan patiënten lijkt af te vlakken, maar van een beëindiging van de crisis lijkt op korte termijn nog geen sprake. Er is sprake van een mogelijk tweede golf. De World Health Organisation waarschuwt nadrukkelijk voor een te vroege versoepeling van de maatregelen en verwijst daarbij naar de miljoenen doden in het verleden tijdens de Spaanse Griep. Voorlopig is het niet duidelijk wanneer het leven weer normaliseert, hoewel de eerste stap gezet is door het weer openen van de basisscholen. Afwachten dus.
Ik wens u hierbij veel sterkte. Blijf gezond!

Ad Wagemakers
Voorzitter BOSS

Aanvulling op mijn column:

Moord, excuses, beroepsethiek en collatoral damage
Moord
Zoals in mijn column al aangegeven, heeft de afgelopen periode natuurlijk het Coronavirus het leven en het nieuws bepaald, maar waren er toch ook wel andere zaken aan de orde. Zo was daar de herhaalde gang van Minister Bijleveld naar de Tweede Kamer om uitleg te geven over de 70 dodelijke slachtoffers van de luchtaanval op Hawija in Irak. Deze luchtaanval werd uitgevoerd door Nederlandse jachtvliegers, die in 2015 met grote parlementaire steun werden ingezet tegen IS. Dit nadat beelden van een verbrande piloot, onthoofdingen en slachting van duizenden Jezidi vrouwen en kinderen de wereld waren overgegaan. Onze parlementariërs hadden vooral moeite met de gebrekkige informatievoorziening over dit incident, minder met de impact van de actie zelf. Maar tijdens de Kamerdebatten liep het anders. Het DENK- kamerlid Öztürk sprak in verband met deze actie herhaaldelijk over moord. Ondanks dat Kamerleden van andere partijen hem daar op aanspraken, werden deze woorden niet teruggenomen. Sterker nog: ’s avonds werden op tv de woorden nog eens herhaald door collega DENK-kamerlid Azarkan. In reactie hierop werd aangifte gedaan door defensiepersoneel.

Beroepsethiek en collatoral damage
De beroepsethiek van militairen vergt een zorgvuldige afweging bij het plannen van acties. Er moet rekening gehouden worden met het humanitair oorlogsrecht, de voor missies geldende Rules of Engagement en overige voor de missie geldende, vaak beperkende, regels voor inzet.
Een van de afwegingen daarbij is het risico van bijkomende schade; collatoral damage, die zoveel mogelijk beperkt moet worden. Wordt die te groot geacht, dan gaat de actie niet door. Dat wil niet zeggen dat die afwegingen altijd kloppen of op de juiste wijze wordt gedaan. In deze missie was kennelijk de zeer beperkende politieke richtlijn van kracht, dat bij inzet geen enkel civiel slachtoffer mocht vallen. Bij de inschattingen vooraf  van de gevolgen van de luchtaanval op de bommenfabriek in Hawija is gekeken naar de mogelijke impact van de te gebruiken bommen en het tijdstip van de luchtaanval. De zwaarte van de bommen en het tijdstip van de aanval werden zodanig gekozen, dat de inschatting was dat daarbij geen slachtoffers zouden vallen.
Geen rekening was gehouden met het ontploffen van de bommenfabriek en de mogelijke impact daarvan op de omgeving. Achteraf bleek hoe enorm die impact was, met de fatale gevolgen voor 70 burgerslachtoffers. Op dat moment is het leed al geschied en is er geen weg terug.

Excuses en collatoral damage
Die terugweg was er wel voor DENK. Allereerst direct na de reacties vanuit de Kamer en later nog eens voor de tv. De vraag is of beide Kamerleden echt menen dat hier sprak is van moord. Natuurlijk niet, want noch Öztürk noch Azarkan hebben bij mijn weten de ultieme consequentie
getrokken van hun woorden, namelijk het doen van aangifte wegens moord tegen de F16-vliegers, die het bombardement hebben uitgevoerd en tegen de commandant, die opdracht voor deze actie heeft gegeven. Beiden hebben deze uitspraken gedaan om politiek gewin. Daar waar excuses meer op hun plaats geweest zouden zijn, hebben zij in hun standpunt volhard. Daarbij hebben zij bewust de collatoral damage geaccepteerd, die zij daarmee aanrichtten bij de militairen. Daarmee zijn zij, na Geert Wilders, – met zijn negatieve kwalificaties van het Kabinet en de Rechterlijke Macht – en na Thierry Baudet – met zijn aanval op de universiteiten, de vrije journalistiek en eveneens de Rechterlijke Macht -, de volgende politici die een aanval uitvoeren op de pijlers van de democratie. Niet alleen defensie is aan de beurt. Ook de opdrachtgever, het Kabinet, wordt hierdoor weggezet als een criminele organisatie, die “moordenaars“ inzet om hun doelen te bereiken. Öztürk en Azarkan hebben hiermee willens en wetens al die duizenden militairen geschoffeerd, die zich in het verleden ingezet hebben en in het uiterste geval zijn gesneuveld.

Moord en excuses
Op internet is niet terug te vinden welke opleiding de heer Öztürk heeft genoten, maar het zal vast geen rechtsgeleerdheid zijn geweest.
Je zou verwachten dat medewerkers van het Openbaar Ministerie deze opleiding wèl gevolgd hebben, maar dat blijkt nauwelijks uit de reactie op de aangifte. In de redeneertrant van een basisschoolleerling: “doden met voorbedachten rade is in juridische zin moord” gaat het OM volledig voorbij aan het geweldsmonopolie dat militairen hebben als zij door de regering legitiem worden ingezet en functioneel geweld gebruiken. Strafrecht wordt hier verward met oorlogsrecht.

Het OM heeft kennelijk amper iets geleerd van de weinig succesvolle rechtszaak tegen sergeant-majoor der Mariniers Eric. Zoals bekend werd hij 16 jaar geleden, na een schietincident in Irak, vervolgd als verdachte van moord. Juist n.a.v. deze zaak zijn nadere regels opgesteld en zijn de Rules of Engagement uitgediept en nauwkeurig opgeschreven. In de halfslachtige en schuldbewuste excuses na de ontstane commotie, stelt het OM nog steeds dat zij beseft dat een strikt juridische beoordeling mogelijk voorbij gaat aan de gevoelens van de militairen en dat zij zich bewust is van het feit dat zij zich dagelijks inzetten voor de (inter)nationale veiligheid. Impliciet geeft het OM hiermee aan militairen in het algemeen en de F16-vliegers, die de aanval uitvoerden, in het bijzonder, te zien als moordenaars. Maar ze gaat ook bewust voorbij aan de collatoral damage die aangericht is bij militairen.
Een curieus standpunt want het OM gaat over strafbare feiten. Bij militairen is daar sprake van als hun inzet niet legitiem is, bijvoorbeeld als zij zich niet houden aan het humanitair oorlogsrecht, zoals het bestrijden van niet legitieme doelen of het gebruik van excessief geweld.
N.a.v. de zaak uit Irak heeft de Koninklijke Marechaussee de taak gekregen om ieder geweldsincident te onderzoeken en te controleren op juistheid van handelen. Mochten er overtredingen begaan zijn, dan wordt het OM hiervan in kennis gesteld. Zij kan dan kan overgaan tot vervolging. Als de Koninklijke Marechaussee in de zaak Hawija geen melding heeft gemaakt, is daar kennelijk geen noodzaak toe. In het andere geval heeft het OM kennelijk geen aanleiding gevonden om tot vervolging over te gaan. Dat zal dan vast niet gebeurd zijn vanwege de enorme hoeveelheid achterstallige zaken.

Beroepsethiek
Uiteraard kwam ook Liesbeth Zegveld – de meest gewaardeerde advocaat van 2016, gespecialiseerd in mensenrechtenschendingen, maar vooral in compensatie voor oorlogsslachtoffers – onmiddellijk weer in het nieuws vanuit de comfortabele positie van achteraf oordelen. Zij hield, niet voor het eerst, Nederland verantwoordelijk en beweerde dat Nederland verplicht is schadevergoeding te betalen. Wat zou ze gezegd hebben als deze luchtaanval níet was uitgevoerd en er, laten we zeggen, 71 onschuldige slachtoffers waren gevallen als de bommen uit de fabriek daadwerkelijk waren gebruikt. Dit terwijl bekend was dat die bommenfabriek bestond en “Nederland” daar niets aan gedaan had? Dat is namelijk het dilemma waar het hier om gaat en de afwegingen die gemaakt moeten worden. Bij inzet van de Krijgsmacht zullen dit soort dilemma’s er altijd zijn. Militairen moeten deze vóóraf afwegen en dat is een stuk lastiger dan achteraf en dát is precies het verschil in beroepsethiek tussen juristen en militairen.

Excuses van de Koning voor geweldsontsporingen
Ook de excuses die koning Willem Alexander onlangs tijdens het staatsbezoek aan Indonesië maakte voor de geweldsontsporingen aan Nederlandse zijde, zorgden voor commotie. Nu heeft het al dan niet excuses aanbieden een lange geschiedenis. Bij alle staatsbezoeken was het een punt van discussie.
In 1995 had koningin Beatrix al excuses willen maken. De regering, onder wiens verantwoordelijkheid het staatshoofd optreedt, heeft dat toen niet gewild. De conclusie van het regeringsonderzoek naar het gedrag van Nederlandse militairen, de zgn. Excessennota, was dat zij zich correct hadden gedragen. Die conclusie gaf geen aanleiding voor het aanbieden van excuses.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat er excessen geweest zijn. Excessen waar niet alleen de regering zich voor zou moeten verantwoorden, maar ook de bij de excessen betrokken militairen. Zo bood in 2011 ambassadeur De Zwaan, namens de regering, diepe verontschuldigingen aan voor het bloedbad in Rawagede in 1947, waarbij meer dan 400 mannen werden gedood.

En dit is niet het enige bekende gegeven. Al in 1974 maakten Hans Keller, Henk Hofland en Hans Verhagen de documentaire “Vastberaden, maar soepel en met mate”, een geschiedschrijving van het Nederland van de jaren 1938-1948. In deze documentaire spraken enkele veteranen openhartig over een aantal wreedheden, die begaan zijn tijdens de politionele acties.

Excuses van de Minister voor de politionele acties
In 2005 betuigde minister van Buitenlandse zaken Bot zijn spijt voor de politionele acties. Merkwaardig omdat de politionele acties goed te verdedigen zijn. In augustus 1945 bevonden zich in de Japanse concentratiekampen ongeveer 40.000 Nederlandse krijgsgevangenen (mannen en jongens vanaf 12 jaar) en bijna 80.000 geïnter-neerde Nederlandse vrouwen, kinderen en oudere mannen. De Japanners hadden aangekondigd dat bij een Amerikaanse invasie allen zouden worden omgebracht; plandatum 26 augustus 1945. Door de inzet van twee atoombommen capituleerde Japan op 15 augustus, waarmee o.a. deze slachting werd voorkomen. Op 17 augustus kondigden de Indonesische nationalisten Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid af; de zogenaamde. Hari Proklamasi, waarmee de Bersiap-periode begon. Deze periode is genoemd naar de revolutionaire strijdkreet die gebruikt werd door de ‘Pemuda’s’, de door de Japanners opgeleide en bewapende Indonesische jongeren. Zij streden tegen de totaal verzwakt uit de concentratiekampen teruggekeerde Nederlanders, de Indische Nederlanders en de Ambonezen.

Nadat Soekarno op 2 oktober 1945 Nederland de oorlog verklaarde, was dit voor de Pemuda’s aanleiding om plunderend, verkrachtend en moordend op zoek te gaan naar blanken en bevolkingsgroepen, die zich tijdens de oorlog tegen de Japanners hadden verzet; Chinezen, Indo-Europeanen en christenen. Hierbij werden in de laatste drie maanden van 1945 ongeveer 7.500 mensen om het leven gebracht, waaronder 4.000 vrouwen en kinderen. Er raakten 16.000 mensen vermist. Om de Nederlandse burgers te beschermen en om de transporten van gerepatrieerde burgers naar Nederland te beveiligen, werd een militaire operatie voorbereid. Daarnaast was er een economisch belang. De uit de kampen vrijgekomen burgers keerden weer terug naar de plantages, de olievelden en raffinaderijen. De inkomsten hiervan waren van belang voor de wederopbouw van Nederland.

Indië moest behouden blijven onder het mom: “Indië verloren, rampspoed geboren”.
Door het toenmalige kabinet werden vanwege deze twee doelstellingen ruim 200.000 Nederlandse militairen ingezet in het voormalige Nederlands-Indië waarvan ruim 6.200 militairen hun leven gaven en achterbleven op de erevelden.
Tijdens de jaarlijkse herdenking bij het Nationaal Indië-monument in Roermond in 2009 verdedigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Verhagen de spijtbetuiging van Bot met de woorden: “Die spijtbetuiging aan Indonesië en het respect voor u, veteranen, zijn niet strijdig met elkaar. U werd bij wijze van spreken met de nek aangekeken voor een keuze die de Nederlandse regering had gemaakt, maar waarvoor u zich moest verdedigen. De verantwoordelijkheid werd op het verkeerde bordje gelegd: uw bordje!”.

In zijn toespraak verwees ook hij naar Rawagede, als – terecht – voorbeeld van ontoelaatbare gewelddadigheden van Nederlandse kant.

Excuses en collatoral damage

De koning zegt in een interview na afloop van het staatsbezoek dat zijn uitspraken weloverwogen zijn gedaan en dat hij er als persoon achter staat.
Desondanks vallen ze nog steeds onder de ministeriële verantwoordelijkheid. De toespraak is in nauwe samenwerking tussen de koning, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en premier Rutte voorbereid. Zowel de koning als de minister-president hebben geschiedenis gestudeerd. Zij zouden dus op de hoogte moeten zijn van de hierboven beschreven geschiedenis, de rol van de regering in de periode 1940 – 1949 en de context waarin de Nederlandse militairen zijn ingezet. Daarnaast moeten zij zich bewust zijn geweest van de gevoeligheden van eventuele excuses. Aan beide is in de zorgvuldige afwegingen volledig voorbij gegaan, met eveneens collatoral damage tot gevolg. De reacties varieerden van enthousiasme tot grote woede en intens verdriet. De Federatie Indische Nederlanders was “onaangenaam verrast” en “diep getroffen” door de excuses, waarmee volgens hen voorbijgegaan is aan het leed van Indische Nederlanders door Indonesische paramilitaire organisaties. Een behoorlijk ingetogen verwoording van de gevoelens die daadwerkelijk leven.

De Indië-veteranen reageerden veel minder ingetogen, zoals ’s avonds op televisie te zien was. Velen van hen kwamen totaal onvoorbereid op hetgeen hen te wachten stond in Indië aan. Er was geen sprake van reguliere oorlogsvoering, maar van een zgn. asymmetrisch conflict, met de daarmee gepaard gaande asymmetrische ethiek. Over de oorlogshandelingen in Indonesië zijn in de loop der jaren vele boeken geschreven. Daarbij kwam de nadruk steeds meer te liggen op de excessen aan beide zijden. Met name de verhalen over wreedheden van Nederlandse militairen in voormalig Nederlands-Indië wa-ren aanleiding voor het kabinet Rutte II een hernieuwd onderzoek in te stellen naar de dekolonisatie en het mogelijk structureel en extreem geweld van Nederlandse militairen tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Het onderzoeksrapport wordt komend jaar verwacht. Hopelijk is dat onderzoek uitgevoerd met inachtname van de reconstrueerbare context, de politiek-maatschappelijke opvattingen en de juridische en militaire normen uit die tijd. Toch is het juist in het licht van dít onderzoek merkwaardig om vooruitlopend op de conclusies van het rapport excuses te maken. De uitkomst van dit onderzoek is daardoor nu al irrelevant gemaakt.

Excuses voor het koloniaal verleden?
In zijn reactie op de excuses zegt brigade-generaal buiten dienst Scheffer, in zijn rol van voorzitter van het Veteranen Platform, het gebaar van de koning om spijt te betonen te respecteren. Hij heeft hiervoor een zeer plausibel argument: “Excuus aanbieden opent de weg naar heling”. Daarbij geeft hij aan, dat politici in het reine willen komen met het koloniaal verleden.

In de aanloop naar het staatsbezoek hebben de SP en Groen Links aangedrongen op excuses voor de koloniale overheersing. Maar dìe excuses zijn nadrukkelijk níet gemaakt. Ook zijn geen excuses gemaakt voor het voeren van een koloniale oorlog. Daarmee zijn de excuses eenzijdig en onevenwichtig.
Als een “pars pro toto” zijn er alléén excuses gemaakt voor de geweldsontsporingen aan Nederlandse zijde; niet meer, niet minder. Een inmiddels bekend mechanisme: wanneer politieke besluiten leiden tot inzet van de Krijgsmacht en er vervolgens iets fout gaat, wordt allereerst naar de militairen gekeken en mogen zij voor het geheel de klappen ontvangen!

Ad Wagemakers
Voorzitter BOSS