Van de Voorzitter

September 2019

De afgelopen periode zijn ons twee karakteristieke leden ontvallen.

Op 9 juni overleed op 93-jarige leeftijd mevrouw Elly Pisters, jarenlang waarnemend voorzitter en drijvende kracht van de Kring Limburg. In die hoedanigheid was zij ook lid van het hoofdbestuur van de BOSS en een trouwe bezoekster van de bestuursvergaderingen en Stotersborrels. De laatste jaren werd zij hierbij trouw heen en weer gereden door Math Hull, totdat zij daartoe niet meer in staat was. Zij was lid in de Orde van Oranje Nassau.

Op 5 augustus overleed op 94-jarige leeftijd Jos Bakker. Jos is jarenlang hoofdredacteur van Strijdend Nederland geweest en ook was hij jarenlang secretaris van kring Zuid-Holland. In die functie heeft hij, namens de toenmalige kringvoorzitter aan veel vergaderingen van het hoofdbestuur deelgenomen.
Jos was Ridder in de orde van Oranje Nassau. Daarnaast is hij onderscheiden met het ereteken Binnenlandse Strijdkrachten, het Mobilisatie Kruis, het Oorlogsherinneringen Kruis, het ereteken Oorlog en Vrede met de gespen 1945-1948 en de daaginsignes Oorlogsvrijwilliger en Veteraan.
Met hen verliezen we twee dragende krachten, die veel voor de BOSS en hun Kring betekent hebben. Wij wensen de familie veel sterkte met het verwerken van dit verlies.

In 1989 was de BOSS een van de medeoprichters van het Veteranenplatform, opgericht als koepelorganisatie t.b.v. de belangenbehartiging van alle veteranen en hun relaties. Hierbij spelen de kernbegrippen erkenning, waardering en zorgverlening een leidende rol. Op 9 mei jl. werd de 30e verjaardag gevierd met een symposium ‘de Veteraan’ in de Basis in Doorn. Tijdens dit symposium werd het (Hand)boek Veteranen, met als subtitel ‘Veteranen en Veteranenbeleid in Nederland’ uitgereikt aan de Minister van Defensie, mevrouw Ank Bijleveld-Schouten. Tijdens het symposium werden enkele hoofdstukken van het boek toegelicht door enkele van de auteurs en redactieleden. In het handboek is een selectie opgenomen van alle relevante beschikbare kennis en informatie over veteranen en veteranenbeleid. Tussen de hoofdstukken door staan portretten van veteranen. Een daarvan, op blz. 161, is van Edwin de Wolf, zoon van onze hoofdredacteur, die tijdens zijn inzet bij Dutchbat II zijn linker onderbeen verloor en als wielrenner een bronzen medaille won tijdens de Invictus Games in 2016 in Orlando en in 2017 in Toronto.

Op 29 juni vond alweer voor de 15e keer de Nederlandse Veteranendag plaats en voor het eerst liep er naast de DB III veteranen een klein detachement Stoottroepers mee, bestaand uit veteranen van de jongere missies. Hiermee lijkt het stokje van de veteranen van het eerste uur overgenomen te worden en dat is ook hard nodig, want het detachement bestond dit jaar nog maar uit zes vertegenwoordigers. Volgend jaar hoop ik op een nog grotere deelname van de jonge veteranen.

Op 4 juli mocht ik aanwezig zijn bij de uitreiking van vier dapperheidsonderscheidingen door de Minister van Defensie, waaronder twee bronzen kruizen aan Stoottroepers, voor hun inzet in Afghanistan wegens moedig en beleidvol optreden tegenover de vijand in een hinderlaag. Het bijbehorende indrukwekkende verhaal is gepubliceerd in de Landmacht, maar wil ik hier graag met u delen. De toenmalig sergeant-1 Harm en soldaat 1 Arjen zijn in 2007 met hun peloton met de Task Force Uruzgan uitgezonden naar Afghanistan. Twee groepen van dit peloton voeren een gezamenlijke patrouille uit en zijn uit hun voertuigen gestapt om te voet verder te gaan. Arjan maakt deel uit van een van deze groepen, terwijl Harm leiding geeft aan een aantal voertuigen dat deze infanterie-eenheden ondersteunt. De eenheden lopen in een hinderlaag en komen onder vuur te liggen. De groep waarvan Arjen deel uitmaakt, belandt op 20 meter van de vijand in een hevig vuurgevecht. Omdat de groepscommandant en de plaatsvervangend commandant niet in staat zijn om hun rol te vervullen, neemt Arjen op eigen initiatief de leiding over. De groep trekt zich op veilige wijze, via een maisveld, terug en hergroepeert zich achter een muurtje. Terwijl ze dekking zoeken, controleert Arjen één voor één of zijn groepsleden in orde zijn en behoudt controle over de gevaarlijke situatie. Harm is intussen met zijn Patria-voertuig naar voren gereden om te kijken hoe de situatie ervoor staat en hoe hij zijn zwaar onder vuur liggende collega’s kan helpen. Hierbij geeft hij niet alleen leiding aan het onderdrukkingsvuur vanaf de voertuigen, maar toont ook persoonlijk grote moed. Hij neemt grote persoonlijke risico’s door meerdere malen met zijn persoonlijk wapen boven het luik vuur uit te brengen, zodat het boordwapen steeds herladen kan worden. Omdat hij direct onderdrukkingsvuur geeft en zorgt dat zijn voertuig het vijandelijke vuur trekt, kan onder meer de groep waarvan Arjen deel uitmaakt zich uit de benarde positie bevrijden. Harm blijft in totaal ongeveer 20 minuten het vuur naar zich toe trekken. Uiteindelijk bereiken alle militairen veilig Kamp Hadrian. Minister Bijleveld: “Dankzij het beheerste optreden van Arjen en Harm werd de vijand teruggedrongen. Maar belangrijker nog: zij namen de juiste besluiten toen de nood het hoogst was”.

Op 19 juli deed de Hoge Raad uitspraak in het hoger beroep over de rechtszaak uit 2014 inzake de Nederlandse verantwoordelijkheid voor het drama Srebrenica, een uitspraak die opnieuw tot veel onbegrip en teleurstelling leidde bij zowel de deelnemers van Dutchbat III als de nabestaanden. Hieronder vindt u een korte samenvatting van de toelichting van de hoge raad, met daarbij een toelichting van een van de leden van Dutchbat III (cursieve tekst).

De Hoge Raad wijst (net als het Hof) aansprakelijkheid van de Staat af waar het gaat om de val van de enclave en het begeleiden van de evacuatie van de vluchtelingen. Volgens de Hoge Raad heeft de Staat wèl onrechtmatig gehandeld waar het de evacuatie betreft van de 5.000 vluchtelingen die aan het einde van de middag op 13 juli 1995 nog op de compound zelf verbleven. Onder hen bevonden zich ongeveer 350 mannen, zonder dat de Bosnische Serven dat wisten omdat dat voor hen niet zichtbaar was.

Deze toelichting is onjuist. Op 12 juli waren tienduizenden vluchtelingen zuid van de base en enkele duizenden in één hal op de base. Die ochtend naderde de Vojska Republike Srpske (VRS) (het Bosnisch-Servische Leger) Potocari vanuit het noorden. Bij het bereiken van de base heeft een kleine groep van de VRS een inspectie gehouden op de base. Doel hiervan was vast te stellen of er aBIH militairen op de base waren. Ze kwamen op de compound terwijl buiten de base een aantal Dutchbatters door de VRS in gijzeling werd gehouden tot de terugkeer van deze VRS inspecteurs. Bij die inspectie is natuurlijk niet geteld hoeveel mannen er waren, maar er is wel degelijk opgemerkt dat er mannen waren. Pagina 2605 van het NIOD-rapport geeft zelfs een kaartje met de route op de base van deze VRS inspectie.

Voorts stelt de Hoge Raad dat Dutchbat heeft nagelaten aan deze 350 mannelijke vluchtelingen de keuze te bieden om daar achter te blijven, hoewel dat wel mogelijk was geweest. Daardoor heeft Dutchbat deze mannelijke vluchtelingen de kans onthouden om uit handen van de Bosnische Serven te blijven. Dat was onrechtmatig omdat Dutchbat wist dat de mannelijke vluchtelingen een ernstig risico liepen op mishandeling en moord door de Bosnische Serven en al het mogelijke gedaan moest worden om dat te voorkomen. De kans dat de mannelijke vluchtelingen, als hun die keuze wel was gegeven, uit handen van de Bosnische Serven zouden zijn gebleven, was klein maar niet verwaarloosbaar. De Bosnische Serven zouden naar alle waarschijnlijkheid door inspecties op de compound hebben ontdekt dat daar mannelijke vluchtelingen waren achtergebleven. Zij zouden vervolgens alles op alles hebben gezet om hen alsnog van de compound af te (doen) voeren met alle gevolgen van dien.

Dit standpunt gaat er onterecht van uit dat Dutchbat over vrijheid van handelen op dit punt beschikte en dit zelfstandig kon besluiten. Daarenboven houdt dit standpunt geen rekening met gevolgen van het achterblijven van deze groep mannen. Kennelijk meent de Hoge Raad dat de VRS pas achteraf, nadat iedereen is geëvacueerd er achter zou zijn gekomen dat er nog 350 man op de compound zijn achtergebleven. En er op dat moment pas een reactie van de VRS zou zijn gekomen. Alsof al het handelen keurig gerangschikt achter elkaar plaats vindt en er geen dynamiek bestaat waarbij de ene actor (VRS) reageert op handelen van de andere actor (Dutchbat).Dit terwijl vast staat dat de VRS wist van aanwezigheid van mannen en dit achterblijven vanzelfsprekend opvalt. Ik ben dan ook van mening dat die reactie van de VRS eerder zou zijn gekomen met gevolgen voor de (evacuatie van de) gehele groep vluchtelingen en wellicht ook voor Dutchbat.

De kans op effectieve hulp voor Dutchbat door de internationale gemeenschap, bij voorbeeld door middel van air strikes, was niet groot.

Dit standpunt lijkt me lastig te onderbouwen nu vast staat dat het innemen van de gehele enclave waarbij bijv. op 10 juli zo’n 1000 granaten op Srebrenica zijn afgevuurd, niet tot air strikes hebben geleid. Dan zou je hier dus “nihil” moeten hanteren i.p.v. “niet groot”.

De Hoge Raad schat de kans dat de mannelijke vluchtelingen uit handen van de Bosnische Serven zouden zijn gebleven als hun de keuze was geboden om op de compound te blijven, op 10 procent. Die kans is dus beperkter dan de 30 procent waartoe het Hof kwam.

Ik ben benieuwd of er nog verdere onderbouwing van die 10% in de uitspraak staat. Kennelijk behoren een onjuist feit zoals de kennis bij de VRS van de aanwezigheid van de mannen, een onjuiste aanname dat er pas een reactie van de VRS zou komen nadat de gehele evacuatie zou zijn afgerond en een niet reële inschatting van de kans op air strikes.tot de overwegingen die tot deze uitspraak hebben geleid.

In juli 2014 heb ik in deze column gereageerd op de uitspraak van het gerechtshof in 2014. Die reactie vind ik nog steeds valide.

Ad Wagemakers
Voorzitter BOSS