>

Nieuws


Dekolonisatieonderzoek 1945-1950
Ruud Vermeulen BGen bd., Vz GORKKL=Gezamelijk Overleg Regimenten en Korpsen KL,


Uit mijn tijd op de KMA (Koninklijke Militaire Academie) zijn twee lessen mij altijd bijgebleven. Ten eerste, een militair mag, maar moet ook in opdracht geweld gebruiken. De militair heeft hier als enige overheidsdienaar geen vrije keuze. Ten tweede, de toepassing van geweld moet vallen binnen de regels van de geldende wet of zoals wij dat tegenwoordig noemen, de ‘rules of engagement’. Elke militair, van soldaat tot generaal, heeft hier een eigen verantwoordelijkheid. Je wordt gevormd om deze verantwoording af te leggen.
Militairen willen, maar moeten dus ook verantwoording afleggen voor het door hen toegepaste geweld.
Wanneer je het recht en de plicht hebt om te kunnen beschikken over het leven van anderen, dan is dat ook niet meer dan terecht.
Dat maakt wel dat het spiegelen van het optreden van de militair buitengewoon zorgvuldig moet gebeuren!
Op 17 februari 2022 worden de resultaten van het dekolonisatieonderzoek (officiële naam: Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945 – 1950) gepresenteerd door een drietal onderzoeksinstituten, waaronder ons eigen Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), een onderdeel van Defensie. De verwachting is dat de onderzoeksinstituten zich beperken tot de beantwoording van de vraag of de Nederlandse militairen in Nederlands-Indië al dan niet proportioneel geweld hebben gebruikt. Anders gezegd: was er sprake van structureel excessief geweld?
Een zeer beladen vraag, niet alleen naar het verleden toe, maar ook naar hedendaagse en toekomstige conflicten. Als dit onderzoek niet zorgvuldig wordt uitgevoerd, dan splijt dit Nederland verder. De lessen die er geleerd zouden moeten worden, zullen niet geleerd kunnen worden als er twijfel bestaat over de zorgvuldigheid van het onderzoek. De zorgvuldigheid van de benadering bepaalt ook of militairen en bestuurders verantwoording kunnen en willen afleggen nu en in de toekomst. En dit raakt dus expliciet zowel het verleden, het heden als de toekomst.
Voor de drie onderzoeksinstituten – naast het NIMH het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies – betekent dit dat zij onderstaande grondslagen ondubbelzinnig moeten invullen. Hier mag geen discussie over komen, anders is het onderzoek bij voorbaat van nul en generlei waarde. In tegendeel, in plaats dat wij er dan iets van kunnen leren en verantwoording kunnen nemen, splijt het onze gepolariseerde samenleving nog verder.
De doelstelling van de regering bij het geven van de randvoorwaarden voor dit onderzoek is  geweest om niet het land verder te verdelen, maar juist om stappen te kunnen maken naar een betere toekomst, ervan te kunnen leren. En niet – populair gezegd – in een ’wappie’- of ‘cancel’-discussie terecht te komen. Om de onderzoeksopdracht door de drie instituten te kunnen uitvoeren, is door de regering bovendien substantieel belastinggeld vrijgemaakt. En als iets de afgelopen jaren gespeeld heeft dan is het de maatschappelijke verdeeldheid, niets voor niets is de titel van het regeerakkoord “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”.  Om dit eens concreet te maken.
Het hoeft geen nader betoog dat men zich bij het onderzoek moet houden aan de door de regering gegeven voorwaarden. Van de drie opdracht gevende ministeries mag worden verwacht dat zij hier een expliciet standpunt gaan innemen of aan deze voorwaarden is voldaan. Overigens zijn hier nu al vragen over. Het kiezen van ’een eigen richting’ door de instituten is zeker in deze tijd dodelijk, dan sla je onmiddellijk de relevantie onder dit rapport vandaan.
Uit reacties op reeds gepubliceerde resultaten van het onderzoek en door publicaties en opmerkingen van individuele leden van het onderzoeksteam wordt ernstig getwijfeld aan de wetenschappelijke integriteit van het onderzoek. Daardoor ligt het onderzoek (en het toekomstige resultaat ervan) nu al onder vuur.
Als wij willen dat militairen maar ook bestuurders hun verantwoordelijkheid nemen voor de gebeurtenissen tijdens de dekolonisatieperiode 1945 – 1950, dan moet dit wel worden geplaatst in de tijd van toen met de regels (‘rules of engagement’) zoals die golden toen zij werden uitgezonden naar Nederlands-Indië. Wij moeten ons realiseren dat dit onderzoek een schaduw vooruitwerpt naar toekomstige onderzoeken naar bestuur beslissingen en de inzet van overheidsdiensten. Indien hier niet op grond van objectieve, herkenbare criteria rechtszekerheid wordt geboden dan zal dit tot scherpe afkeurende reacties leiden. Rechtszekerheid moet gewaarborgd zijn.
Maar voor een goed begrip bij de gemiddelde Nederlander van nu, moet ook de tijdsgeest van toen worden meegenomen. U realiseert zich het misschien niet meer, maar de dekolonisatieperiode was onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog waarin onder andere twee kernwapens op Japanse steden en bombardementen op Dresden weloverwogen en bewust zijn uitgevoerd. Interessant is dan wellicht ook de vraag: zouden wij dat nu ook nog doen? Vanuit de leunstoel is het gemakkelijk, natuurlijk niet! Maar als er elke dag duizenden zonen van je sneuvelen dan wordt deze stellingname toch echt ongemakkelijk, zo heb ik gemerkt in vele discussies. De simpele vraag of wij Polen en Litouwen met Nederlandse levens zouden moeten beschermen in het geval van een aanval door Rusland, wordt meestal met nee beantwoord als het je persoonlijk maakt. Ben je bereid om jouw kind hiervoor in ’Harms way’ te brengen? Nee dus. Willen wij onze vrijheid, ja graag!
Maar het onderzoek moet ook ruimte maken voor andere meningen en deze meenemen. Hiervoor is een maatschappelijke klankbordgroep ingesteld. Deze klankbordgroep mag advies geven. Maar de hamvraag is natuurlijk: is er iets met dit advies gedaan? Het wordt buitengewoon interessant om dadelijk te bezien of de adviezen wel of niet zijn overgenomen en waarom wel of niet.
Bovendien zijn er niet alleen historische invalshoeken, maar bijvoorbeeld ook militaire en juridische gezichtspunten die uiteindelijk gezamenlijk tot een historische waarheid leiden. Uit mijn eigen ervaring als docent op de toenmalige Hogere Krijgsschool, in de soms diepgaande samenwerking met het NIMH, weet ik dat historische feiten niet alleen zijn te verklaren vanuit boeken of gesprekken, maar juist ook vanuit de kennis van militaire doctrines. Wetenschap is het samenbrengen van meerdere disciplines om tot optimale resultaten te komen. De een versterkt de ander om tot een juiste inkleuring te kunnen komen, ik kan hier goede voorbeelden van geven. Je kunt operaties pas goed begrijpen als je de militaire doctrine begrijpt en integreert in de geschiedkundige evaluatie. Hier komt zelfs het NIMH gewoon kennis tekort, is mijn ervaring. Hier komen wij op het terrein van de wetenschappelijke adviescommissie. Zijn de diverse disciplines voldoende geïntegreerd in dit onderzoek? Of is het een spel van uitsluitend historische hobbyisten? Pas na 17 februari zal dit duidelijk worden.  Dan zal expliciet de vraag gesteld worden: zijn de militaire, juridische en eventueel andere disciplines al vroegtijdig in het onderzoek geïntegreerd? Wat is het advies van de diverse adviseurs geweest en wat heeft men ermee gedaan?
Bovendien zou ook in het onderzoek geïntegreerd moeten worden het optreden van de ‘tegenpartijen’. Je kunt een optreden alleen begrijpen als je alle partijen belicht. Wederom een vraag die ik nu nog niet kan beantwoorden. Maar wederom op 17 februari zeker aan de orde moet komen.
Om als volk te kunnen leren, om als militair en bestuurders verantwoordelijkheid te kunnen en willen nemen, kan en mag er geen discussie zijn over de zorgvuldige en wetenschappelijk verantwoorde fundering van het onderzoek. Als die discussie er wel is – en daar heeft het nu reeds alle schijn van – is niet alleen het overheidsgeld voor niets geweest, maar heeft het onderzoek alleen bijgedragen aan verdere negatieve sentimenten, aan polarisatie en helpt het ons niet verder. Bovenstaande grondslagen zullen het verschil maken tussen ervan kunnen leren of niet.
Ik hoop vurig dat de voortekenen bedriegen. Maar als de hierboven aangegeven bedreigingen bewaarheid worden, dan zal de discussie alleen nog gaan over de totstandkoming van het rapport en niet meer over de inhoud. Onze geschiedenis verdient beter dan een dergelijke uitkomst. Met al zijn plussen en minnen, het is onze geschiedenis!
Maar het legt ook meteen een hypotheek op andere onderzoeken die er nog zouden moeten komen. Om te kunnen leren, om verder te kunnen komen, moeten de juiste voorwaarden worden geschapen. En niet voor een kleine groep idealisten van een bepaalde signatuur, maar voor Nederland.
Er zijn drie instituten ingehuurd om een gefundeerd onderzoek uit te voeren. Zowel het goede als het slechte wat daar uitkomt, daar moeten wij voor staan. Daar moet je je verantwoordelijkheid voor nemen. Dan ben je volwassen, mits de zorgvuldigheid gewaarborgd is.
Zoals ook de drie onderzoeksinstituten verantwoordelijk zullen worden gehouden voor opzet en aanpak en de daardoor gegenereerde uitkomsten van het onderzoek en ook daar is niets mis mee.

Brochure dekolonisatieonderzoek AURORE februari 2022

.


NLVi reactie op het dekolonisatie onderzoek
Voormalig Nederlands Indië


Samenvatting standpunt GORKKL en VP
Het opgeheven vingertje


Een markante periode uit de geschiedenis
van Nederlands-Indië!

Bauke Geersing neemt in het boek “Kapitein Raymond Westerling en de Zuid-Celebes-Affaire (1946-1947)” stelling tegen historici, zoals Willem IJzereef en Rémy Limpach, die volgens hem de geschiedenis van de dekolonisatieperiode van Nederlands-Indië beschrijven vanuit een vooringenomen, ideologische, antikoloniale zienswijze. Deze opvattingen gaan dan de plaats innemen van de recontrueerbare context en opvattingen van toen. Geersing meent dat dit leidt tot verdraaiing van die geschiedenis en gevoelens van schuld, boete en afschuw in de Nederlandse samenleving.
Al tientallen jaren schrijven historici en media over de “oorlogsmisdaden” van kapitein Raymond Westerling, begaan op Zuid-Celebes (1946-1947) tijdens de dekolonisatieperiode van Nederlands-Indië. Bauke Gersing deed onderzoek naar deze periode en komt op grond van oorspronkelijke en niet eerder gebruikte primaire bronnen, officiële door de regering opgedragen onderzoeken en andere documenten tot een geheel andere conclusie.

Geersing hanteert een onderzoeksmodel met als uitgangspunt ‘contextuele’ geschiedschrijving. Op grond hiervan meent hij dat er met betrekking tot deze periode op Zuid-Celebes sprake is van een mythe rond het optreden van Westerling en verdraaiing van de geschiedenis. Hij baseert zich bovendien op uitgewerkte juridische en militaire analyses. Zijn opzienbarende bevindingen staan in dit boek, dat op 21 november jl. is verschenen.

De geschiedenis van de dekolonisatieperiode wordt op dit moment onderzocht in het Meerjaren Onderzoek, dat in belangrijke mate is gefinancierd door de Nederlandse regering. Er is kritiek op de eenzijdige werkwijze van de onderzoekers. De Federatie van Indische Nederlanders heeft daar al meermalen op gewezen. Die vreest dat dit tot een eenzijdige geschiedschrijving leidt, die niet conform de werkelijke gebeurtenissen is die destijds hebben plaatsgevonden.

De auteur wil met dit boek ook een bijdrage leveren aan de discussie die plaatsvindt in het kader van het Meerjaren Onderzoek naar de dekolonisatie periode in Nederlands-Indië tussen 1945-1950. Volgens de auteur is het van essentieel belang dat daarbij – uitgaande van de historische context, op basis van de feiten en omstandigheden, de politiek-maatschappelijke opvattingen en de militaire en juridische normen van destijds – de rol van alle actoren (bestuurders, politici, militairen, gewapende Indonesische groepen, geweldplegers) aan Nederlandse en Indonesische kant op evenwichtige wijze wordt beschreven.

Bauke Geersing (1944) is opgeleid aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda en was vier jaar beroepsofficier. Hij is daarna afgestudeerd als jurist aan de RU Groningen. Na een universitaire carrière werd hij hoofd Juridische Zaken van de Nederlandse Omroep Stichting, waarvan hij van 1992 tot 2000 directeur was. Hij vervulde daarna diverse bestuurlijke functies in het bedrijfsleven en was gedurende 22 jaar lid van de Raad van Commissarissen van de KLM.

Uitgeverij ASPEKT

508 pagina’s
Paperback, ISBN: 9789463387651
Prijs € 29,95


De geest der wet is ongrijpbaar

Een roman, voor een belangrijk deel berustend op ware gebeurtenissen, die zich afspeelt tijdens de Koude Oorlog

Tijdens een militaire NAVO oefening raakt de Sovjet Unie in paniek. Als zij niets doen is het te laat. Zullen de Verenigde Staten zich aan hun NAVO-verplichting houden? Had Generaal De Gaulle gelijk door zich uit de Navo terug te trekken? Behoorde de bezetting van het Ruhr gebied tot de doelstellingen van de Sovjet Unie, aangespoord door een wanhopige Erich Honecker, leider van de DDR? Wat was de rol van Gorbatsjov? Welke rol speelde bij dit alles de Rijksdagbrand uit 1933?
De jonge Carla Enzinger leeft voor haar idealen, maar tegen welke prijs? Door haar raakt een Nederlandse arts betrokken bij een wereldconflict. Een onverbiddelijke rechter heeft hier onbedoeld de hand in. Van zijn levensovertuiging is zijn eigen dochter het slachtoffer, met grote gevolgen.
Waarom bestaat de wereld nog? Het leiderschap van staatslieden, toeval of iets anders? Is de mens in staat het recht te laten zegevieren?
Een jonge onderzoeker tracht te achterhalen wat er werkelijk gebeurd is.
De politieke verwikkelingen en de rol van het recht verweven zich tot een roman voor een belangrijk deel berustende op ware gebeurtenissen.
Een briljant verhaal, Geschiedenis en fictie, een mooie mix!

Uitgeverij ASPEKT
481 pagina’s
2e druk, paperback, ISBN 9789461534859 kost € 24,95
3e druk, hardcover, ISBN 9789463387699 kost € 39,95


Jubileumboek ’75 jaar Stoottroepen’
In de voetsporen van het verzet 

Op vrijdag 20 september verscheen het boek ’75 jaar Stoottroepen’ – In de voetsporen van het verzet.  Tijdens een drukbezochte presentatie in Veldhoven overhandigde regiments- en bataljonscommandant luitenant-kolonel Pieter Grijpstra samen met Laurens van Aggelen, schrijver van het boek, het eerste  exemplaar aan de ouders van de in 2007 in Afghanistan gesneuvelde soldaat der eerste klasse Tim Hoogland (20). 

Het Regiment Stoottroepen ‘Prins Bernhard’ is het jongste regiment van de Koninklijke Landmacht dat zich kenmerkt door een rijke en bijzondere geschiedenis. Voortgekomen uit het verzet leverden de Stoters van het eerste uur een bijdrage aan de bevrijding van Nederland. Daarna volgden al snel de uitzendingen naar Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. Vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw nam het regiment deel aan talrijke missies waarbij men zich bijvoorbeeld in Bosnië, Irak, Afghanistan en Mali heeft ingezet voor vrede en veiligheid. Het boek laat zien dat er een grote diversiteit is geweest aan soorten missies, risico’s en bewogen gebeurtenissen.

Binnen 11 Luchtmobiele Brigade is het Regiment Stoottroepen als 13e bataljon een eenheid die zich kenmerkt door een enorme verbondenheid. Kenmerkend binnen het regiment zijn de onvoorwaardelijke  kameraadschap en saamhorigheid.

Aan de vooravond van 75 jaar vrijheid schetst dit boek rijk geïllustreerde boek in vogelvlucht aan de hand van talrijke foto’s, interviews en verhalen een beeld van een unieke eenheid. Het voorwoord is geschreven door generaal-majoor Matthijssen, Plaatsvervangend Commandant Landstrijdkrachten

Laurens van Aggelen (Arnhem, 1964) is schrijver en heeft meer dan twintig boeken en talloze andere publicaties op zijn naam staan. Met name op het gebied van de Tweede Wereldoorlog en militaire geschiedenis.

Titel:              75 jaar Stoottroepen
Subtitel:        In de voetsporen van het verzet
Auteur:         Laurens van Aggelen

Uitgeverij:     White Elephant Publishing
Pagina’s:       224
Uitvoering:    hardcover / full colour
ISBN:           978-90-79763-29-0
Prijs:            € 31,00
Voor meer informatie: www.we-publishing.nl


“TRIJP”


Roman over veteraan met traumatische ervaringen in Srebrenica
Trijp – Annemarie Bleeker
Op 24 november 2018 is “Trijp”, de tweede roman van Annemarie Bleeker verschenen. Trijp vertelt het verhaal van Bosnië-veteraan Simon die worstelt met zijn traumatische ervaringen als militair.
Een indringende roman over de eenzaamheid die een specifieke gebeurtenis met zich meebrengt, over schuld en vriendschap, tegen het adembenemende decor van de Schotse Hooglanden.
Het eerste exemplaar van het boek is uitgereikt aan Olaf Nijeboer, voorzitter Werkgroep Dutchbat III.
Annemarie Bleeker (1966) is schrijver, beeldend kunstenaar en fotograaf.
Zie ook: www.qvuitgeverij.nl
Trijp – Annemarie Bleeker
128 pagina’s, softcover
ISBN 9789492435101
Winkelprijs € 14,95


Standpunt Bestuur Veteranen Platform inzake het Onderzoek
“Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950”,
in het kort “Het Indië-onderzoek”.

Eind 2016 heeft de Nederlandse regering, naar aanleiding van de publicatie “De brandende kampongs van Generaal Spoor” van dr. Remy Limpach, besloten steun te geven aan een breed onderzoek naar het gebruik van extreem geweld tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië en het Indië-onderzoek financieel mogelijk te maken.
Hiertoe is een omvangrijk samenwerkingsverband aangegaan en onderzoeksprogramma opgesteld.
Voor het onderzoeksprogramma zijn de volgende uitgangspunten van kracht:

  1. Het betreft geen regeringsopdracht maar een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek  dat met rijkssubsidie wordt uitgevoerd.
  2. De verantwoordelijkheid voor het gehele onderzoeksprogramma ligt bij de drie onderzoeksinstituten:
    het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV),
    het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en
    NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies.
  3. Op inhoudelijke gronden zijn 9 deelprojecten geformuleerd, waaronder 1 synthese. De projecten zijn verdeeld op basis van de expertise van de drie afzonderlijke instituten.
  4. Het onderzoek moet in september 2021 klaar zijn en resulteren in een beknopte synthese en diverse toegankelijke deelstudies, in plaats van een vuistdik eindrapport.
  5. Om de kwaliteit van het onderzoek te bewaken is een Wetenschappelijke Adviescommissie ingesteld, bestaand uit 9 wetenschappers en inhoudelijk deskundigen uit binnen- en buitenland.
  6. Het onderzoeksprogramma voorziet in een Maatschappelijke Klankbordgroep Nederland, waarin 7 organisaties zijn vertegenwoordigd, te weten:

o   Vereniging  Veteranen Platform (de heren L.Noordzij en H.Peters)
o   Stichting  Veteranen Instituut
o   Stichting Herdenking 15 augustus 1945
o    Stichting Nationaal Indië monument
o    de Stichting Indisch Platform
o    Stichting Pelita
o    Nationaal Comité 4 en 5 Mei.

Deze Klankbordgroep geeft gevraagd en ongevraagd advies ten aanzien van de uitvoering van de verschillende projectplannen en activiteiten.
Het Veteranen Platform heeft ten doel namens en samen met de bij haar aangesloten organisaties, het behartigen van de algemene belangen van alle Nederlandse veteranen en hun relaties in de meest ruime zin des woords. Vanuit die hoedanigheid maakt het Veteranen Platform deel uit van de Maatschappelijke Klankbordgroep Nederland.
Voor de deelname aan de Maatschappelijke Klankbordgroep Nederland heeft  het Bestuur van het Veteranen Platform uitgangspunten opgesteld. Daarmee kan het Veteranen Platform de bijdrage aan de Klankbordgroep verantwoorden en een eigen standpunt innemen indien het Veteranen Platform bedenkingen heeft bij het proces en de zorgvuldigheid van het onderzoek, en de communicatie naar aanleiding van het onderzoek.

De uitgangspunten zijn:

  1. Ten aanzien van dit onderzoek richt de belangenbehartiging zich met name op het er op toezien dat het onderzoek:
    • wordt uitgevoerd naar de vigerende wetenschappelijke standaarden en kwaliteitsnormen;
    • zich richt op waarheidsvinding, buiten de invloed van politieke, juridische of andere belangen; en gebaseerd op feiten in plaats van veronderstellingen;
    • zich richt op verklaren i.p.v. beschuldigen;
    • objectief is en wordt uitgevoerd op basis van feiten, genuanceerd en in de context van de tijd waarin e.e.a. plaats vond (1945-1950) zoals: het normen- en waardenkader van die tijd en die locatie, de politieke en maatschappelijke inzichten van die tijd en de wet en regelgeving van die tijd;
    • gebruik maakt van de officiële terminologie zoals gehanteerd in die periode;
    • het optreden van de Nederlandse militairen en verschillende opponenten onderzoekt met de (gewelds)instructies van die periode van alle betrokken partijen.
  2. Het Veteranen Platform is niet verantwoordelijk voor de uitvoering of uitkomsten van het onderzoek. Deze verantwoordelijkheid ligt geheel bij de 3 uitvoerende onderzoeksinstituten.
  3. Het Veteranen Platform is vrij om haar mening over het onderzoek publiekelijk uit te dragen, met in achtneming van de vertrouwelijkheid van de beschikbare informatie. Het Veteranen Platform geeft haar eigen mening weer, ook als dit een minderheidsstandpunt betreft.

Modus Operandi

Er is een tendens te bespeuren van een steeds negatiever sentiment in Nederland jegens Israël. Waar komt dit vandaan? Auteur Peter Siebelt, bekend van diverse spraakmakende boeken, brengt aan het licht dat hier een machtig en geolied netwerk achter schuilgaat en dat Nederlandse activisten niet schuwden om hand- en spandiensten te verlenen aan het Palestijns terrorisme.

Modus Operandi, De pro-Palestijnse lobby en de kruistocht van de kerken
ISBN 9789463381925
Paperback, 308 pagina’s. Prijs € 21,95
Uitgeverij ASPEKT


RAVIV VAN RENSSEN
2 mei 1970 – 8 juli 1995
Dutchbat-militair in Srebrenica
J.M.J. Bosch 

Raviv van Renssen is soldaat der 1e klasse van Dutchbat 3, het derde bataljon van de Luchtmobiele Brigade van de Koninklijke Landmacht dat naar Bosnië gaat.
In januari
1995 komt hij in de enclave Srebrenica aan. Hij wordt geplaatst bij de Bravo-compagnievan dat bataljon.
Vanaf mei 1995 verblijft Raviv, samen met zes andere militairen, op
observatiepost Foxtrot (OP-F).
Op 2 mei dat jaar wordt hij 25 jaar.
Op 8 juli raakt hij door
wapengeweld dodelijk gewond. Hij overlijdt dezelfde dag.
Zijn dood veroorzaakt op
diverse plaatsen heftige reacties.
Hij wordt opgebaard en zijn collega’s moeten afscheid
van hem nemen terwijl er in de enclave gevochten wordt.
Collega’s zorgen voor een
ere-haag als een voertuig met zijn kist de enclave verlaat.
Zijn stoffelijk overschot
wordt van Zvornik via Split naar Soesterberg gevlogen en op 10 juli aan zijn moeder teruggegeven. Op 13 juli wordt Raviv begraven op het Nationaal Ereveld in Loenen.

Deze publicatie vertelt het verhaal van Raviv en zijn collega’s en wat hen bij deze VN-missie overkwam.
Dit verhaal gaat over Raviv zelf, over zijn jeugd en zijn keuze voor de
Luchtmobiele Brigade.
Het gaat ook over ‘zijn’ bataljon, over de compagnie waarbij hij
is ingedeeld en zijn collega’s op de observatiepost.
Het beschrijft de gebeurtenissen tot
8 juli, op de fatale dag zelf en daarna.
De publicatie gaat ook in op de reacties op Ravivs
dood, het afscheid nemen, op wat er allemaal na zijn dood geregeld moet worden, de terugkeer van zijn stoffelijk overschot en de begrafenis.
Daarnaast komt aan de orde wat
zijn collega’s die achterblijven overkomt, hoe zij terugkomen en wat er daarna gebeurt.
De Stichting Raviv wil de herinnering aan hem levend houden. Het verhaal over hem is onlosmakelijk verbonden met het verhaal over zijn collega’s in Srebrenica. Dit is zijn en hun verhaal. 

ISBN/EAN 978-94-6345-144-4
titel: Raviv van Renssen
ondertitel:
Dutchbat-militair in Srebrenica
auteur J.M.J. Boschuitg.
Stichting Raviv
NUR-Code 689
80 blz. kleur met illustraties
bestelbaar via www.boekenkopen.nl
Prijs boek:
15 Euro
E-book
7,50 Euro
paperback/softback


Bij uitgeverij ASPEKT is een boek van Raymond Langereis verschenen met de titel
Oorlog Lyrics, Dutchbatt Libanon 1980

Gezien het feit dat óók veel Stoters naar Libanon zijn uitgezonden, brengen wij dit boek nu al onder uw aandacht. Maar óók als u niet in Libanon hebt gediend, is dit zeker een interessant boek !
In dit meeslepende verhaal maakt u kennis met de dan 19-jarige schrijver tijdens zijn uitzending.
Langereis vertelt over het leven van een UNIFIL-soldaat in een gevaarlijke periode, in de zomer van 1980.
Hij beschrijft de spanningen, de angsten, de machteloosheid, de beschietingen en de hechte vriendschap die ontstond.
Een intensieve periode in het leven van een soldaat die diende in de naam van vrede. Een periode waarin Langereis afscheid nam van zijn onschuld en van een jongen in een man veranderde.
nkant formulier

Raymond Langereis is geboren in 1960 te Amsterdam. Hij is echtgenoot, vader van zes kinderen, afgestudeerd als sociaal pedologisch hulpverlener, reiziger, schrijver, muzikant, en dichter.
Na een turbulent leven vol met ervaringen, gebeurtenissen en reizen naar het Midden-Oosten kwam zijn leven in de luwte te liggen.
Het dagelijks bestaan en de beslommeringen gaven hem het gevoel dat hij iets moest doen. Hij heeft gehoor gegeven aan dat gevoel, zijn pen gepakt en zijn verhaal geschreven.

‘Oorlog lyrics, Dutchbatt Libanon 1980’ kost €16,95.
214 pagina’s
ISBN 9789463381949
.

PS: In het volgende nummer (juni) van Strijdend Nederland volgt een uitgebreidere recensie.


Napoleon

Een briljant en overtuigend geschreven essay dat ons begrip van de Franse keizer volledig op zijn kop zet!
Napoleon, martelaar voor de vrede.
ISBN 978-94-6153-729-4.
Paperback, 328 pagina’s.
Prijs € 19,95.


RESPECT!
Fotoboek met het verhaal achter de gewonde militair.
Niet iedere verwonding is zichtbaar; de kunst van vallen en weer opstaan.

Fotograaf Johan Bergsma en schrijfster Maria Genova zijn een samenwerking aangegaan om een uniek boek uit te geven over de verwerking van trauma’s en het omgaan van lichamelijke beperkingen bij militairen die gewond zijn geraakt tijdens een missie of ten gevolge van een dienstongeval.

Foto 1 FB 1 (1)Een boek met indrukwekkende foto’s en interviews, van veteranen uit de WOII tot en met Afghanistan, die ondanks hun lichamelijke en/of psychische verwondingen (PTSS) de kracht hebben gevonden, weer een positieve draai aan hun leven te geven. Wat was hun keerpunt?
Door onwetendheid over deze groep militairen, die hun leven in de waag stelden ook voor onze veiligheid, is er vaak onbegrip. Zij verdienen meer RESPECT! De ervaring van deze kanjers zal velen met soortgelijke of andere traumatische ervaringen motiveren en inspireren.

Het voorwoord van dit boek zal worden geschreven door Commandant Landstrijdkrachten, luitenant generaal M.C. de Kruif. Binnenkort verschijnt een voorbeeldexemplaar van het boek. Het boek wordt rond de zomer 2016 voltooid en uitgegeven.

Meer informatie over het project “RESPECT!” en de bestelwijze is te vinden via Facebook account “RESPECT!”
https://www.facebook.com/Respect-1383185168671265/  of de site:
https://johanbergsma.wordpress.com/johan-bergsma/
Telefoon nummer: 06-53333722 (Johan Bergsma).

Grebbergmasters 2015De  1e druk bestaat uit een oplage van 1000 exemplaren. Tijdens de reeds gestarte voorinschrijving is het boek te bestellen voor € 37,50.  De reguliere winkelprijs bedraagt € 42,50. Formaat boek: 28×28 cm, ongeveer 250 pagina’s. Uit de verkoop van deze boeken zal een donatie worden gedaan aan een goed doel ten behoeve van veteranen.

Johan Bergsma Luitenant Kolonel (buitendienst) fotograaf, fotografie docent en organisator van fotografiereizen in binnen- en buitenland.
www.bergsma-photography.com

Maria Genova, schrijfster van diverse bestsellers zoals “Komt een vrouw bij de hacker” en “Dansen op de muur”.  www.mariagenova.nl


‘Niemand is belangrijker dan het team’
Een militaire visie op leiderschap

 Auteur: Otto van Wiggen 

‘In het nieuwe boek ‘Niemand is belangrijker dan het team’ schetst brigade-generaal Otto van Wiggen aan de hand van sprekende voorbeelden een verhelderend beeld van leiderschap.’
Bestemd voor militairen en burgermaatschappij.
Boek-Niemand‘Niemand is belangrijker dan het team’ biedt op een heldere, toegankelijke manier zicht op de visie van een authentieke leider die zijn persoonlijk belang vaak ondergeschikt heeft gemaakt aan het organisatiebelang. De ervaringen van Van Wiggen mogen dan hoofdzakelijk zijn gebaseerd op het werken op de werkvloer van de landmacht, dit boek zal ook voor velen daarbuiten een inspirerende kijk op leiderschap bieden.
Indien u via www.we-publishing.nl  bestelt, betaalt u géén verzendkosten.

De auteur
Brigade-generaal O­tto van Wiggen (1958) was onder meer commandant van het Korps Commandotroepen, de Luchtmobiele Brigade en van alle opleidingseenheden van de landmacht. Voor zijn prestaties als militair leider werd hij in 2012 onderscheiden met ‘De Bronzen Soldaat’, de hoogste onderscheiding die door de Commandant Landstrijdkrachten verleend kan worden. In 2009 publiceerde hij samen met twee  militaire collega’s het boek ‘Tactiek om te begrijpen’.

ISBN:           978-90-79763-14-6
Uitvoering:    gebonden / hardcover
Pagina’s:       144
Prijs:            € 18,95